Van vakantievloek tot vakantieliefde

Het was de 1e week van de voorjaarsvakantie. Mijn vrouw en ik werken / ondernemen dan door maar het is toch een week met behoorlijk veel “kindje”. Twee volle dagen gaan de kinderen naar de opvang, op maandag wringen we ons in allerlei bochten met opa’s, oma’s en onszelf. De woensdag- en vrijdagochtendvrijheid (normaal zijn de kinderen dan op school) zijn we sowieso kwijt. De kinderen raken door de ritmedoorbreking altijd enigszins van slag en worden er qua gedrag niet gemakkelijker op. Zo’n vakantieperiode waar je op de een of andere manier altijd weer naar uit kijkt, blijkt dan uiteindelijk toch helemaal niet zo ontspannen. Maar telkens trap je er weer in.

Meestal duurt het maar een paar dagen voordat de gebruikelijke vakantieruzie tussen mijn vrouw en mij zich voordoet. Dat heeft onder andere te maken met de toenemende veeleisendheid van de kinderen waar we allebei op een wat verschillende manier mee om gaan. Op de een of andere manier nemen de kids een steeds hulpelozere, verwachtingsvollere houding aan. Voortdurend worden wij als ouders gemaand om allerlei zaken in orde te maken: Waar is mijn slipper? Nog een boterham met hagelslag alsjeblieft! Pap de Wifi werkt niet. Nee die hagelslag bedoelde ik niet. Op enig moment kan een jongen van bijna 8 dan ineens zijn eigen kont niet meer zelf afvegen. Ik word dan steeds apathischer en reageer dan überhaupt niet meer op mijn naam of de functietitel papa. De enige boodschap die ik dan de hele dag loop te verkondigen is: “eerst zelf proberen”. Mijn vrouw gaat echter volledig in de zorgzame modus en probeert de hele dag aan iedere kindbehoefte te voldoen.

Vanuit de irritatie die ons verschil in aanpak opwekt, ontstaat dan die ruzie. En ik was dan ook erg blij dat ik die vrijdagavond uitverkoren was om de bar van de tennisclub open te houden. Even weg uit al het strijdgewoel. Terwijl ik de kantine binnenliep en mijn plek achter de tap innam, kreeg ik een vluchtige hand van ene Marieke, die blijkbaar mijn collega bartender voor die avond was. Aangezien alle tennisteams nog op de baan stonden, was er voor ons nog niet zo veel te doen en ik probeerde mijn bargenoot wat beter te leren kennen. Het was me echter al gauw duidelijk dat een normaal gesprek er niet in zou zitten. De onaangedane, blinkende bar moest door Marieke namelijk met een doekje worden geboend en alle voorraden moesten volledig worden aangevuld. Ook moesten er bakjes met nootjes geplaatst worden, al zou het nog uren duren voor de uitgeputte tennissers het paviljoen na hun wedstrijd zouden betreden zodat ze de inmiddels muf geworden nootjes zouden kunnen nuttigen.

Zo af en toe kwam er iemand voor een kleine bestelling die ik vervolgens onder allerlei ongevraagde aanwijzingen van Marieke gereed maakte. Terwijl ik op de kassaterminal naar de sportdrank zocht, kwam er ineens een 3e arm vanonder mijn oksel die de juiste button – ik had hem net daarvoor zelf al gespot – vlak voor mijn neus aantikte. Dat gebeurde in totaal 3 maal. Ondertussen werd ik ook herinnerd aan allerlei zaken die nog moesten gebeuren en die ik zowaar ook zelf had onthouden. “Maar je weet maar nooit” zei Marieke. Terwijl ze daar met mister Casanova himself (ik dus) achter de bar stond, wist Marieke ook nog regelmatig de woorden “ik verveel me” uit te brengen.

Je zult begrijpen, ik werd zo langzamerhand gillend gek van die dame die daar naast mij stond. Maar plotseling viel het kwartje. “Je hebt er zeker 3 hè?” vroeg ik. Ze keek vragend en ik zei “kinderen bedoel ik”. Alsof ze met een heuse paragnost te maken had, zette ze grote ogen op want het klopte en ze vroeg zich hardop af hoe ik dat kon weten. “De mate waarin jij in de regelmodus zit verklapte mij dat het er 3 zijn” zei ik. “En ik wed dat ze allemaal vakantie hebben”. Alweer was het waar.

Rond middernacht fietste ik in behoorlijk tempo naar huis. Weg van de bar, weg van Marieke, die het allemaal goed bedoelde maar die mij, nog erger dan mijn kinderen en mijn vrouw bij elkaar, in 4 uurtjes volledig over de flos (de rooie) had gekregen. Thuisgekomen zat mijn vrouw nog op de bank, ze was speciaal opgebleven. Ach wat lief. “Oh schat, wat ben ik blij dat ik weer thuis ben.” Ik zonk op mijn knieën en vroeg toen “wil je met mij trouwen?”. Ze wees op de ring rond mijn vinger en zei dat haar dat wel leuk leek maar dat we helaas al getrouwd waren. “Ok” zei ik “laten we dat dan vooral zo houden”.

*Uitgelichte foto schreeuwend echtpaar door WAYHOME studio | Shutterstock

Back to top button