Vader-dochter bonding

We waren laatst een paar dagen met onze vouwwagen op pad. In meerdere steden werden de hitterecords verbroken en laten wij nou net bij één van die stadjes staan. Ook ondervond Nederland de gevolgen van de oprukkende processierups en ook daar gold: de camping waar wij stonden was omringd door eikenbomen met zijn harige bewoners. En daarnaast had je natuurlijk ook nog de welbekende huis-tuin-en-keuken mug, die eigenlijk met uitsterven wordt bedreigd, maar daardoor niet minder vervelend is.

Het was dus heet en de kinderen lagen al krabbend en zwetend in hun bed proberen de slaap te vatten. Hun bedtijd had zich daardoor verlaat naar die van ons dus ook wij lagen in bed in de slaapcabine naast hen. Op een gegeven moment was mijn zoon compleet overstuur door de jeuk en wilde het liefst bij mama slapen. Met zijn vijf jaar geniet ik ervan dat ik de belangrijkste persoon in zijn leven ben, want ik weet dat dit niet tot zijn achttiende zo zal zijn en mag hij natuurlijk bij mama komen slapen. Dus om hem te kalmeren kwam hij bij mij in bed en ging mijn vriend bij mijn dochter liggen. Mijn zoon viel gelukkig als een blok in slaap en ik begon ook al aardig weg te doezelen. Totdat mijn dochter begon te krabben en te wiebelen. En toen mijn vriend. Er zat namelijk een mug in de tent.

Mijn vriend is van het type licht aan en vangen en ik ben van het type gewoon doorslapen, doen alsof je er niet bent en maar hopen dat de mug je daardoor niet vindt. Bij mijn vriend ging de zaklamp dus aan: ‘Kijk,’ zei hij ‘daar zit een mug.’ Pets! En toen was er een dode mug. ‘Vind je het niet eng om een mug dood te slaan?’ ’Nee hoor,’ antwoordde hij. ‘Is het moeilijk om een mug dood te slaan?’ vroeg ze weer. ‘Soms wel, je moet wel heel snel zijn.’ En pets! Daar ging er weer eentje. ‘Kan een mug je steken als je hem doodslaat?’ ’Nee, dat kan niet, daar gaat het te snel voor’ antwoordde mijn vriend weer. ‘Kijk daar, daar zit een hele dikke mug, die gaan we ook even vangen.’ En pets! Daar ging de dikke mug. ‘Gatver, er komt allemaal bloed uit!’ riep mijn dochter. ‘Dat is jouw of mijn bloed, dat heeft de mug net opgezogen’ legde mijn vriend uit. ‘Vind je dat niet vies?’ ‘Nee hoor, het bloed is van één van ons, dus dat vind ik niet vies. Als het van iemand anders was geweest dan had ik het wel vies gevonden.

Kom, we leggen hem bij de andere muggen. Hoeveel muggen hebben we nu gevangen?’ Mijn dochter begint te tellen: ‘één, twee, drie, vier, vijf!’ ‘Kijk, dat zijn er al best veel. Maar daar is er nog één!’ Pets! ‘Zo, dat is zes. Zie je nog meer muggen?’ ‘Ja!’ roept mijn dochter enthousiast. Ik zie er daar nog één en daarboven in het hoekje zitten er nog twee. De vouwwagen schudt bij elk doodsvonnis een beetje heen en weer en bij elke pets word ik weer even uit mijn slaap wakker geschrikt. ‘Zo, dit was de laatste volgens mij,’ hoorde ik mijn vriend zeggen. Mijn dochter beaamt dat. ‘Nou kunnen we morgen alle muggen die we gevangen hebben aan mama laten zien.’ zegt mijn dochter enthousiast. ‘En dan is het nu tijd om te gaan slapen, want het is al heel laat.’ zegt mijn vriend. ‘Welterusten.’ ‘Welterusten papa.’

Als ik een paar dagen later mijn kinderen naar de BSO breng wordt er gevraagd hoe het weekendje kamperen was. Mijn zoon begint enthousiast te vertellen dat hij heeft gezwommen en gevist. Waarop mijn dochter zegt: ‘Het was héél leuk, ik heb met papa muggen gevangen!’

*Uitgelichte foto via Shutterstock

Tags
Back to top button
Close