Wow, that’s some KIND of memory!

Laat ik maar eerlijk zijn. Ik had het lange tijd niet zo op spelletjes doen met mijn dochter die nu bijna 5 jaar is. Op de een of andere manier wijzigden de regels tijdens het spel voortdurend en ik kon steeds weer de dobbelstenen door het hele huis zoeken wanneer zij ermee gegooid had. De woorden “niet op het speelbord gooien want dan pleur je alle pionnen om” leken voortdurend niet te landen. Op de een of andere manier kwamen er ook steeds weer naakte barbies voorbij dansen die na een paar spelbeurten voor mijn dochter veel interessanter bleken dan het spel. Een potje mens erger je niet (maar ik ergerde mij wel) of ganzenbord werd dan ook maar zelden afgemaakt en sowieso nooit in mijn voordeel.

En nu had ze weer memory® ontdekt en ik werd op deze vroege ochtend uitgedaagd voor een potje.

Met tegenzin nam ik dus plaats aan tafel. Mijn dochter zat met haar pluizige haar vol voor haar ogen tegenover mij. Haar gezicht was niet waarneembaar. In haar Elsa pyjama zag ze eruit als een klein fluffy mormel waar je zeer weinig van kon verwachten. De kaartjes lagen al klaar en hoe kon het anders, zij mocht beginnen. Een voor een draaiden we een van de ruim 100 kaartjes om, tot dusverre beiden zonder succes. Daar kwam Sneeuwwitje voorbij, Assepoester en hé daar had je Belle zonder beest. En kijk eens aan, mijn dochter draaide twee plaatjes naast elkaar om en verrek, ze waren precies hetzelfde.

Ze mocht nog een keer en dus draaide ze het dichtstbijzijnde plaatje om dat recht voor haar lag en dat ze inmiddels al 25 keer in haar handjes had gehad. Veel systematiek had ze niet in haar aanpak. Haar handje ging over de vele kaartjes die nog op de tafel lagen en dook toen ineens omlaag. Miljaar, dat was alweer dezelfde. Ze stond nu 2 nul voor. Al vroeg ik mij af of je echt zoveel geluk kon hebben, ik maakte mij niet druk en ploeterde verder.

Tot mijn schrik kwam ik er echter vier minuten later achter dat ik inmiddels met 6 – 0 achterstond en daar het spel totaal niet voor had moeten beïnvloeden. Ik merkte dat ik automatisch wat meer mijn best ging doen. Ze mocht best winnen maar ik moest wel op zijn minst de aansluiting houden om de spanning te bewaren. Ik draaide dus een kaartje van Doornroosje om en hoera, ik wist waar die andere lag. Met een tevreden gezicht draaide ik het andere plaatje om en ik wilde ze beiden al tot onderkant van mijn te vormen stapel bombarderen, toen mijn dochter zij:

“Nee hoor pap die zijn verschillend”.

En potverdorie ze had gelijk. Twee sleeping beauty’s maar op het ene plaatje stond als achtergrond een minuscuul kasteel en bij de andere niet. “Kijk pap die ligt daar.” En mijn dochter pakte het juiste plaatje erbij en draaide tot overmaat van ramp ook nog het plaatje om waar geen kasteel op de achtergrond stond. Twee setjes erbij voor haar. “Pappa moet even iets doen” zei ik en ik struinde naar de Senseo om een zeer sterke bak koffie te zetten. Daar had ik natuurlijk ook mee moeten beginnen. 10 minuten later had ik de eer enigszins gered door zelf twee setjes bij elkaar te zoeken. De rest van alle kaartjes lag op de stapel van mijn dochter. Even zoeken op Google zou mij later die dag duidelijk maken dat het daadwerkelijk wetenschappelijk bewezen is dat kinderen beter zijn in dit spel dan volwassenen. Op dat moment wist ik dat echter nog niet, was vooral mijn ego gekrenkt maar was ik ook nog in de veronderstelling dat dat op een onwaarschijnlijk toeval moest berusten. En dat wilde ik natuurlijk bewijzen.

“Schat pappa wil nog wel een spelletje memory spelen” zei ik tegen mijn dochter. Maar ze haalde haar neus op en zei:

“Nee ik heb geen zin meer. Het is helemaal geen uitdaging om tegen jou te spelen want jij kunt er niks van”.

Back to top button